Lichaam als beeld van heil
Op de tweede studiedag in de cyclus Religieuze heilssymbolen en lichaamsbeelden was het thema: Lichaam als beeld van heil.
Speelde in de vroegere mensheid het lichaam een wezenlijke rol bij het beleven van het goddelijke, in de laatste eeuwen voor Christus vindt er een verschuiving plaats. Zowel bij het jodendom en later het christendom wordt er steeds sterker onderscheid gemaakt tussen het lichaam en de geest, het goddelijke. Het lichaam werd meer en meer bron van onheil. Het heil, het goddelijke, was alleen kenbaar in het woord. De lagere zintuigen, de tast, de reuk en smaak, werden als gevaarlijk beschouwd en zouden alleen afleiden van waar het wezenlijk omgaat. Lichamelijke beleving van heil was taboe.
Ofschoon in de evangeliën te lezen is dat Jezus bepaald niet wars was van genieten, feesten als bemiddeling naar heil komt daar toch ook het vasten al aan de orde: het afzien van lichamelijk genot. In de navolgende eeuwen heeft binnen het christendom het afzien van het lichamelijk genot steeds meer accent gekregen en is het lijden gepropageerd als bron van het allerhoogste heil. Het lichaam kwam in de taboesfeer, voor hele groepen mensen tot op de dag van vandaag.
Het heil is in deze visies alleen te verwachten van het strikt voltrekken van de eeuwenoude rituelen met voorgeschreven formules. Dit verklaart waarom binnen de RK Kerk momenteel zo stellig wordt vastgehouden aan de voorschriften die van hogerhand ooit zijn opgelegd. Het woord is gegeven, is onaantastbaar en de enige weg om tot heil te komen.
Ik besefte plotseling waarom ik zelf zo allergisch ben voor deze vorm van viering van het heil: naar mijn gevoel heeft dit niets met mijn leven te maken, met mijn ervaren van wat goed is, heilzaam, heil-ig. Maar ja, voor mij is het beleven van het diepere wezenlijk verbonden met het lichamelijk ervaren, het is een oerervaren. Eigenlijk schiet ieder woord tekort als je het diepere wilt uitdrukken, denk ik. Terwijl de kerk het moet hebben van het woord!De joodse film Kadosh geeft dit dilemma zuiver weer.
We zien daarin hoe de betekenis van het lichaam als brenger van heil dan wel onheil binnen de orthodox-joodse gemeenschap beleefd werd.
Het is een mooie film vol warmte en sensibiliteit. Maar ook een film waarin voorgeschreven rituelen in alle correctheid werden uitgevoerd en de Wet vóór alles ging, voorbij aan het lichamelijk ervaren.
Twee van de hoofdfiguren (Rivka en Meir) houden zielsveel van elkaar maar moeten vanwege het gebod van de vruchtbaarheid na tien jaar uit elkaar. De orthodoxe voorschriften wonnen het uiteindelijk maar dit leidde tenslotte tot de dood: was dit wat de film bedoelde te zeggen?
Malka (de derde hoofdpersoon) wordt ondanks hevig verzet uitgehuwelijkt aan Jossef: ook hij hechtte zeer aan de riten en voorschriften en ‘verkrachtte’ zijn bruid: hij bad de gebeden die aan het paren vooraf moesten gaan en ging als een wilde tekeer.Dit illustreerde wat professor Lieve Troch toelichte: voor de joden is het lichaam en seksualiteit taboe. Het goddelijke is alleen kenbaar in het woord. Zelfs oorlogvoering is een heilig gebeuren onder de vlag van Jahweh. Dat Malka uiteindelijk haar banden met de familie verbrak en letterlijk uit zag naar een ander leven, uit keek op een nieuw Jeruzalem, gaf aan waar uiteindelijk deze film voor stond.
De film raakte me diep. Wat me door mijn ziel sneed was de herkenning van dat orthodoxe, die strikte uitvoering van de voorgeschreven kerkelijke wetten zoals ik ze zelf in mijn jeugd gekend en gepraktiseerd had. Ik heb de combinatie van blindelingse gehoorzaamheid en afwezigheid van sensibiliteit aan den lijve ervaren. In de heilige overtuiging dat daarin God aanwezig was. Met als gevolg, zo heb ik later bij veel mensen in de hulpverlening ervaren, dat mensen er aan onderdoor gingen: nu zeg ik: het gevoel kregen van God verlaten te zijn.
Dat was ook voor mijzelf een harde leerschool want ik had immers zelf vanuit die strakke overtuiging geleefd. Ik ben nu allergisch voor deze strikte heilsbeleving en heilsverwachting en soms intens bang dat jonge mensen er terug in vluchten.
De drie lijnen die Lieve Troch uitzette over de interpretatie van het lichaam als bron van heil/onheil in onze tijd waren heel herkenbaar.
Tegenover het taboe op de lichamelijke beleving van heil door de joodse/christelijke kerken waarbij een splitsing gemaakt wordt tussen het lichamelijke/seksuele, het aardse en het goddelijke schetste zij hoe in primaire religies seksualiteit juist als verbeelding van heil wordt ervaren, extase en vruchtbaarheidsriten een belangrijke plaats innemen om het goddelijke gestalte te geven.
De joods/christelijke cultuur bestempelt het lichaam als drager van onheil: hoe verder weg van het lichaam hoe dichter bij God. Onthouding als vrijwillige keuze brengt dicht bij het heilige. De negatieve inzet van het lichaam in het martelaarschap kan de mens ‘heil-ig’ verklaren. De onvrijwillige onthouding, het niet gekozen lijden, wordt toegedekt met de verzekering dat ‘hoger heil’ daardoor in het verschiet ligt. En in het jodendom wordt oorlog gevoerd omwille van de belofte van Jahweh.In primaire niet-institutionele religies wordt het lichaam juist beschouwd als drager van heil, zo betoogt Troch. In deze bewegingen gelooft men dat het lichaam ingenomen kan worden door hogere krachten of duivelse machten, men raakt in extase. Het goddelijke in hen is dan aanraakbaar. Dit heeft enorme invloed op die gemeenschappen. Vooral in vrouwen zijn deze extatische krachten werkzaam.
In onze hedendaagse westers cultuur is het lichaam op een heel andere manier heil-ig verklaard: we zien een groeiende lichaamscultus. We moeten er steeds mooier uitzien: sportscholen en plastische chirurgie zijn er de exponenten van. Maar ook een cultus rondom het zieke lichaam waarover genezing wordt afgebeden, wonderen worden opgeroepen.
Zo worden mensen in de Pinkstergemeenten uitgedaagd om goddelijke krachten in zichzelf op te roepen en deze dan te volgen. Het goddelijke is in je eigen lichaam, niet daarbuiten. Deze Pinkstergemeenschappen winnen veel terrein.Lieve Troch concludeert uit al haar onderzoek dat vooral bij vrouwen herkenning is voor het lichaam als plaats waar het heil, het goddelijke aan het licht komt.
Terugkomend op de film Kadosh: ook daar waren het de vrouwen die open stonden, die kracht en leven uitstraalden, die ontroerden. En voor sommige mannen het echte heil vertegenwoordigden.Ans Metz