vierkantje Preek van de leek
Naema Tahir

Er leefde eens een koningin die haar koning graag behagen wilde met een kind. Ze wist dat hij blij zou zijn als ze hem een zoon baarde, zoals zijn andere vrouwen hadden gedaan.

De koningin was de jongste bruid van de machtige koning. Hij was erg aan haar verknocht en beloofde na haar geen vrouw meer te huwen. Jarenlang deelde de jonge koningin als enige hoofdvrouw het koninklijke bed. Toch bleef haar schoot verdrietig leeg. Op een nacht, niet in staat de slapen te vatten, zette ze haar smeekgezicht op en bad hartstochtelijk tot de aartsengel Gabriel, die tevens haar lievelingsengel was sinds ze eens door de bijbel had gebladerd. Gabriel bezocht de koningin terstond, hoorde haar kinderwens, en begeleidde haar, voor haar uit glijdend en glanzend als een maan, naar de wijndadelboom die in de paleistuinen bloeide. Dit was een magische boom. In de glimmende dadels die aan de takken bengelden school een kracht die de schoot van de koningin zegenen zou. Maar de koningin wist dat ze niet van de dadelboom mocht eten. De boom behoorde de andere vrouwen van de Koning toe. Het was een geschenk dat hij aan die vrouwen had geschonken, als dank dat zij hem nageslacht hadden weten te geven. Naar die boom keek de jonge koningin en ze keek met begeerte. Plots at ze toch van de wijndadels als een uitgehongerde die de vasten verbreekt. In nogal beschonken toestand keerde ze terug naar het bed van haar koninklijke echtgenoot. Ze ging bij hem liggen met purperen lippen en verlamde tong. Negen maanden later beviel ze en kende ze een geluk waar ze voorheen het bestaan niet van afwist.

U luistert naar een stuk van een sprookje wat ik onlangs schreef, wat zoals vele sprookjes en verhalen gaat over de kinderwens. Maar het is niet zomaar een kinderwens waarover ik schreef. Het gaat om de wens van een jonge vrouw haar koning te behagen met een kind, een zoon. Daarin ligt de waarde van de vrouw. De wereld zal de vrouw eren als haar moederschoot doet waarvoor ze gemaakt is ... kinderen baren.

Ook in Samuel lezen we over een kinderwens. Elkana had twee vrouwen. Hanna en Pennina. Pennina had kinderen maar Hanna niet. Toch, al had God Hanna’s moederschoot gesloten, haar echtgenoot Elkana had Hanna steevast lief. Hij gaf haar het mooiste stuk van het offervlees. Maar dit zinde Pennina niet. Deze vrouw en rivale pestte en kwetste Hanna om haar kinderloze staat, zo erg dat Hanna in tranen verviel en niet meer kon eten. Hanna wendde zich toen tot God en vroeg om ‘omzien naar haar ellende.’ Om haar te ‘gedenken’ en ‘niet te vergeten.’ Gebukt ging zij onder een zwaar verdriet, overstelpt door droefheid. Het was toen dat God haar gebeden verhoorde. Hanna kreeg een zoon.

Hanna voelde zich vast verheerlijkt zoals ook de jonge koningin uit mijn sprookje zich verheerlijkt voelde toen ze moeder werd. Beide geboorteverhalen ademen de sfeer van de glorie van het moederschap, het verlangen naar moederschap, het verlangen naar een kind. In beide verhalen is het kind de heilige verpersonificatie van het leven van morgen. Maar er is ook iets anders wat opvalt, althans wat mij opvalt. Mijn sprookje verhaalt over de waarde die een vrouw pas ten deel valt als ze kinderen krijgt. Het bijbelverhaal Samuel gaat daar eigenlijk ook over. Althans, ik kan mij niet aan de indruk ontrekken dat een vrouw pas waardevol wordt geacht, als ze moeder is. Want Hanna is droef, ze voelt zich ellendig, wanhopig. Zo erg dat ze niet kan eten. Deze eenvoudige zin in de bijbel is betekenisvol. 'Zo erg dat ze niet kan eten.' En wanneer laat je je eten staan? Vaak als je je waardeloos voelt. Of als je vindt dat je het niet verdient te eten. Waarom heeft god mij vergeten, vraagt Hanna zich dan ook af. Ik denk dat je wordt vergeten als iemand jou niet belangrijk vindt. Of niet waardevol acht.

Is het dan daadwerkelijk zo, dames en heren, dat een vrouw pas waardevol is als ze kinderen heeft? In veel culturen wel. Een vrouw heeft geen waarde of minder waarde tenzij zij kinderen baart, het liefst zonen. In veel landen is dat zo. Soms wordt het gezien als een zonde als een vrouw afziet van het stichten van een gezin.

Maar onze cultuur is gelukkig anders. In ieder geval wordt het niet gezien als een zonde als een vrouw niet baart. Geen enkel Bijbels geboorteverhaal of verhaal over onvruchtbaarheid spreekt van een zonde in dezen. Het is hoogstens, ‘ellendig’ of ‘droevig’ of ‘de vrouw gaat gebukt onder zwaar verdriet’ als ze onvruchtbaar is.

Maar hoe is het hedentendage, hier te lande? Is de vrouw waardevoller als ze kinderen krijgt? Nee. Niet per se. We leven in 'gemakkelijke tijden.' Alles mag en kan. Je mag zijn wie je bent, moeder of niet. Maakt niet uit. De een is niet waardevoller dan de ander, toch? ... We hoeven geen kinderen meer te krijgen. We kunnen ze nemen. Uitstellen. Afstellen. We kunnen kiezen. Heerlijk vrij en blij. Niet alleen hoeven we tegenwoordig niet aan kinderen te denken, we hoeven nooit aan kinderen te denken, als we dat niet willen.

Maar wat me wel opvalt is hoe we soms over kinderen denken, als we over kinderen denken. Waar vroeger het gevoel overheerste dat het 'ellendig' en 'droevig' was en een zware last was als een vrouw kinderloos was - spreken we tegenwoordig haast over 'ellende' en 'last' als we over kinderen spreken.

Laat me een concreet voorbeeld geven. Laatst sprak ik een twintiger tijdens een conferentie over armoede in de wereld. Ze was net afgestudeerd, en ze ging samenwonen met haar partner. Ik vroeg haar iets persoonlijks, uit oogpunt van research - de laatste tijd schrijf ik veel over het feminisme, verhouding tussen man en vrouw en gezinnen. Dat gaf mij een goed excuus haar te vragen of zij samen met haar partner ook aan kinderen dacht. 'Welnee!' zei ze snel. 'Men zou me voor gek verklaren als ik nu al een kind nam.' Iets verderop in het gesprek vertelde ze me wat haar aspiraties waren. Ze wilde een mooie loopbaan, een lange reis maken, samen dingen doen met haar partner, enzovoort. Kinderen, nee nog niet. Dat zou betekenen parttime werken, en dat wilde ze absoluut niet. Dat was slecht voor haar toekomst. Ze gaf toe dat ze collega's op de werkvloer, die moeder waren en parttime werkten, een beetje zielig vond, want hun groei lijdt er toch onder...

Dames en heren, waarom doen we dat?
Waarom verklaren we mensen voor gek als ze aan kinderen denken?

Waarom vinden we vrouwen zielig als ze voor hun kinderen zorgen in plaats van te werken?
Waarom bevlekken we ongeboren kinderen met van ellende doordrongen jargon: zoals
            'Kinderen, nee daar moet ik niet aan denken hoor!'
            Of 'Nee hoor, dan ben je je leven kwijt.' 
            Of, 'Kinderen, nee ik wil eerst plezier maken.'

Achten we opeens kinderen niet echt waardig?
En is dat zo omdat ze ons beroven van onze vrijheid, blijheid, zelfs onze zogenaamde sekse gelijkheid?

Natuurlijk zien we jongvolwassenen graag verstandige keuzes maken. Verantwoord zijn in deze samenleving, met een hoge eigen verantwoordelijkheid, met hoge kosten, vraagt om goed nadenken, voordat je een gezin sticht. Maar toch. Ik vind het merkwaardig, hoe wij woorden kiezen in het Westen. Zoals Peninna Hanna pestte dat ze geen kinderen had, pesten wij jonge vrouwen en mannen van nu als ze over kinderen nadenken, of kinderen nemen als ze nog jong zijn. Want een kind heeft geen plek als je jong bent en snel bent en kennelijk wilde wensen hebt.

U zult het uzelf wel afvragen, waarom maakt ze zich er zo druk om? Nu ja, omdat ik het effect van woorden niet onderschat, ik ben niet voor niets een romancier. Als je spreekt over kinderen alsof je over 'zekere ellende' spreekt, dan zou ik u willen voorleggen, gaan we dan niet een beetje als collectief op een negatieve wijze denken over kinderen? Over moederschap? Vaderschap? Zorg? Opvoeding? Onderwijs? Het antwoord is gewoon ja.

Kinderen, ouderschap, zorg, dat zijn de stiefkinderen van onze samenleving. Er is geen echte eer meer die om kinderen gevoeld wordt, zeker niet als je jong en mooi bent met een glansrijke toekomst voor je op de werkvloer. Want gaat u eens na bij uzelf, hoe vaak heeft u jongvolwassenen een kind horen eren?

Ik wil terugkomen op de gevolgen van het negatief denken over kinderen.
Kwaad denken over kinderen heeft als gevolg dat we datgene waar we kwaad over denken niet dichtbij willen hebben. We houden dus kinderen ver weg uit onze levens. We willen ze niet. Ongewenste gedachten uiten over kinderen maakt kinderen ongewenst.
Als we ze dan krijgen, krijgt de opvoeding niet altijd de glans en glorie die het verdient. Immers, velen voeden hun kinderen slecht op, want die kinderen hebben de levens van de ouderen 'verstoord', 'in de war gebracht'. Moeders vervullen hun moederschap niet naar behoren want ze zijn gestrest. Ze zijn gestrest omdat de samenleving hen daarin alleen laat. Vaders negeren hun vaderrol want ze geloven dat veel tijd aan kinderen besteden slecht is voor hun loopbaan. Misschien zijn ze wel bang vrouwelijk te worden of te empathisch over te komen. Misschien gunnen wij hen die zachte rol niet.
Veel onervaren ouders worden niet de goede ouders die ze zouden kunnen worden, omdat de individualistische samenleving hen 'straft met alleen alles dragen.' Kinderen? Ach, daar koos je toch zelf voor? Had je niet hoeven doen hoor. Dat was makkerlijker. Vrijer. Blijer.

Kortom, het kind neemt geen prominente plaats meer in en is niet omgeven door glorie. Net zo min als dat de zorg voor het kind, het moederschap of vaderschap omgeven is door glorie.

Ik chargeer uiteraard. Ook daarvoor ben ik een romancier. Vele mensen, en niet alleen natuurlijke ouders verheerlijken wel kinderen, ouderschap, zorg, opvoeding en wat dies meer zij.

Het is alleen jammer dat niet iedereen er zo over denkt. Ik geloof namelijk dat eervol spreken over kinderen, de vele negatieve gevolgen voor kinderen uit de wereld zal  geholpen. Want ze zijn dan welkom, onvoorwaardelijk welkom. Jammer dat kinderen die glorie niet krijgen.

Glorie. Dat bewaren we voor andere zaken. Wat krijgt dan glorie in onze tijd? Het uiten dat je eerst wilt genieten van het leven. Alsof kinderen een soort gevangenschap betekenen. Prestatie op de werkvloer, dat heeft glorie. Een groot huis. Een wereldreis maken. Eerst veel relaties uitproberen voordat je je setteled. Dat soort dingen hebben glorie. Laatst las ik over kindervrije zones die kinderloze mensen graag willen. Wat zijn dat, kindervrije zones? Dat zijn wijken waar kinderen geweerd worden. Dat is een buurt waar er geen geluid en gelach is van kinderen. Want 'kinderen zijn hinderen,' zoals je weleens hoort. Hanna was ellendig toen ze geen kinderen kreeg. Wij worden ellendig als kinderen alleen al in de buurt zijn.

Ik sluit af met enkele gedachtes en een wens: Als u dit soort jargon in de mond durft te nemen - wat doet u dan eigenlijk? Eigenlijk veroordeelt u uwzelf daarmee. Ja. Wij veroordelen onszelf ermee. Niet de kinderen. Nee, die redden zichzelf wel. We veroordelen onszelf als we negatief over kinderen spreken. We veroordelen onze eigen kinderjaren en dus onze eigen verledens. Want zijn we niet allemaal ooit eens kinderen geweest? Laten we onszelf en de samenleving dus niet veroordelen. Dat zou mijn wens zijn.

Hoe dan? Kijkt u alleen al naar het woord 'kinderen'. Wat betekent 'kinderen?' U denkt aan veel dingen, maar het mooie van dit Hollands woord is dat het antwoord er zelf in schuilt.

Kinderen dat betekent, een kind eren.

Amen

© Naema Tahir, 9 november 2008, Amsterdam