Deugdelijke dames
Jaconelle Stas-Schuffel en Marga Haas kijken naar de zeven deugden zoals Giotto ze schilderde in de Scrovegni-kapel in Padua.De zevende deugd is: Temperantia, matigheid.
Jaconelle Stas-Schuffel en Marga Haas kijken naar de zeven deugden zoals Giotto ze schilderde in de Scrovegni-kapel in Padua. De deugden verschijnen dit jaar als serie in FIER. Deel xxx:
Marga Haas: ‘Temperantia lijkt een beetje verlegen. Zo te moeten poseren voor publiek. Met haar blik starend langs ons heen.’Jaconelle Stas-Schuffel: ‘Of is ze alleen in gedachten verzonken?’
MH: ‘Dat kan ook, maar ik zie in haar dat ze niet zo goed raad weet met haar lichaam. Ze steunt op één been, haar handen spelen met dat touwtje of wat het ook is. Alsof ze er wel staat, maar er liever niet was.’
JSS: ‘Alsof ze bang is voor de camera, zeg maar.’
MH: ‘Ja, en haar kleding versterkt die indruk. Alles glijdt langs van haar af. Je hebt geen grip op haar. Ze staat er wel, maar ze ís er niet. Snap je?’
JSS: ‘Ik zie daar meer een soort rust of bescheidenheid in, terwijl ze wel haar plek durft in te nemen. Ik denk dat Giotto Temperantia wilde neerzetten als een vrouw die juist helemaal in balans is. Die dus niet van het ene in het andere uiterste valt. Niet himmelhoch jauchzend, zum Tode betrübt is. Ik denk dat je dat ziet.’
MH: ‘Klinkt aannemelijk. Dus ik zie geen verlegenheid, maar evenwichtigheid, bedoel je?’
JSS: ‘Ja, deze vrouw is één en al beheersing. Maar niet op een afgedwongen manier, het gaat bij haar vanzelf.’
MH: ‘Waar zie je dat aan?’JSS: ‘Dat koord dat ze in haar hand heeft, bijvoorbeeld. Ze bindt er het handvat van haar zwaard mee vast. Een in de schede gestoken zwaard waarvan het gevest is vastgemaakt, is een gangbaar attribuut van Temperantia. Daarmee wordt aangegeven dat het bij een gematigde opstelling niet nodig is om te vechten. Aan deze beheerste vrouw zie je direct dat dat zwaard opgeborgen kan worden.’
MH: ‘Veel attributen heeft ze verder niet, hè.’
JSS: ‘Nee, ook daarin is ze matig! Er zijn wel andere attributen bekend, hoor. In de middeleeuwen vatte men de deugd vaak op als matig zijn met sterke drank. Temperantia werd dan voorgesteld als een vrouw die wijn met water mengt. Soms moesten een kruik en toorts in haar handen van vooral op het ‘blussen’ van wellust wijzen. Giotto kiest voor een andere interpretatie. Zie je die lijntjes over haar wangen?’
MH: ‘Ja. Ik dacht: dat zal wel een beschadiging zijn.’
JSS: ‘Nee, dat is het bit van een toom.’
MH: ‘Alsof ze een paard is!’
JSS: ‘Ja, alleen moet je weten dat een toom met teugel en bit de meest gangbare attributen van Temperantia zijn.’
MH: ‘Dat heeft er vast mee te maken dat je dingen moet beteugelen.’
JSS: ‘Ja, de buitensporige verlangens die mensen hebben. Meestal houdt Temperantia die toom echter in haar hand vast. Met het bit in haar mond heeft Giotto misschien willen benadrukken dat Temperantia niet zomaar zegt wat haar voor de mond komt.’
MH: ‘Ze is geen flapuit.’
JSS: ‘Precies. In alles straalt deze Temperantia uit dat ze in evenwicht is. Haar verlangens zijn in overeenstemming met de werkelijkheid. Daardoor kan ze maat houden.’
Jaconelle Stas-Schuffel schrijft vaker over iconografische thema’s in de beeldende kunst. Kijk ook op www.xs4all.nl/~schuffel. Marga Haas is eindredacteur voor FIER.