vierkantje Column  

          Een zomers visioen

Geloof jij dat woorden en gedachten, liefde en schoonheid blijven bestaan?, vraag ik.

We zitten wat katterig in de auto na een week vol muziek en proberen al pratend vrede te vinden met het gewone leven. Kun je van al die muziek, al die pracht en al die gelukkige momen­ten iets meenemen? Blijft dat ergens? Of gaat dat allemaal verloren en kunnen we alleen maar teren op de herinneringen? En hoe zit het met gedach­ten, idee­ën, ervarin­gen?, vragen we elkaar. Zijn die allemaal alleen maar per­soonlijk en ver­dwijnen ze als je doodgaat? Of komen ze ergens terecht waar alles blijft wat ooit ge­dacht, gezegd en beleefd is?

Als je fictie schrijft, zei Renate Dorrestein ooit, is het alsof je inplugt op een algemeen onderbewustzijn, dat je toe­gang hebt tot kennis die we alle­maal hebben maar waar we normaal gesproken niet bij kunnen. Bedoelt zij misschien daarmee dat ‘ergens’ vol met kennis en ervaring, iets wat Robert Sheldrake’s morfogenetische energie noemt? Hij concludeerde dat Amerikanen aan de west­kust van de VS een kruiswoord­puzzel uit de New York Times aan­merkelijk sneller oplosten dan hun landgenoten in het oosten die het 6 uur eerder deden. Hun kennis is dus ergens blij­ven be­staan, zegt hij. En, vragen wij ons nog vol van de muziek af, kon Mozart misschien daarom als 6-jarige al zulke schitterende muziek compone­ren? Was hij ook ingeplugd op dat onderbe­wust­zijn?

Het bevalt me wel, de gedachte dat er niemand en niets verlo­ren gaat, dat alles ergens bewaard blijft, in één grote wereld­ziel. Dat alles daarom ook blijvend van betekenis is, alle liefde die ooit en nog steeds gegeven wordt, al het moois dat gezegd en gedacht wordt. Ja, mijn visioen betekent ook dat het kwaad en al het lelijks niet verloren gaan. En dus is het zaak om die ene wereld­ziel te vullen met zoveel mogelijk lief­de, schoon­heid, mooie gedachtes en hoop, ter compensatie en opdat de weeg­schaal doorslaat naar de goeie kant. Dan doet het er toe dat wij elkaar blijven lief­hebben als er ergens ver weg een oorlog uit­breekt. Ik vind dat troo­st­rijk: liefde en scho­on­heid als ant­woord op geweld en haat, vreugde en compas­sie als sterke wapens in de strijd tegen lelijkheid. Liefde,  schoonheid en vreugde doen er toe, zoals het altijd doorgaande gebed van contem­pla­tieve reli­gieuzen er toe doet. Altijd wordt ergens op de wereld gebe­den, ergens God ge­loofd en dank ge­zegd, en altijd wordt ergens liefgehad.

Heerlijke gedachtes toch? Als ik muziek maak, compen­seer ik iets lelijks, als ik zing, speel, lach en liefheb, voed ik de we­reld­ziel met iets moois. En soms, heel even ben ook ik even inge­plugd op dat algemene onderbewustzijn en is er een glimp van weten en helemaal begrij­pen. Ja, dat wil ik alle­maal wel geloven. Heeft dat met God te maken?, vraagt mijn muziekvriend. Ik weet het niet, maar wel met hoop en ver­langen. En met de zomer.

 

Agnes Grond

Augustus 2008