vierkantje  De 3e FIERlezing werd gehouden op 13 november 2009.
 

Roos Wouters sprak over: HER-DENKEN Van feminisme naar femanisme?

Mirjam Westen, – curator van het Museum voor Moderne Kunst in Arnhem -  ging in op de verschuivende positie van vrouwen. Zij liet beelden zien van de tentoonstelling ‘Rebelle. Kunst en Feminisme 1969-2009’. 

(Deze Fierlezing werd mede mogelijk gemaakt dankzij subsidie van Kerk & Wereld)

Een impressie van de, zeer geanimeerde, bijeenkomst verscheen in ons januarinummer. Bestel dit nummer! Klik hier >>>>

Hieronder de volledige lezing van Roos Wouters.

Een moderne supervrouw

Ik was een moderne supervrouw met een indrukwekkende baan, twee geweldige kinderen en een fantastische man. We woonden midden in het centrum van Amsterdam en hadden naast ons gezinsleven ook nog een druk sociaal leven. Eén keer per jaar gingen we met het gezin op vakantie. En Joost en ik gingen ook samen nog altijd een weekendje weg. Bovendien had ik na de komst van mijn kinderen mijn figuur weten te behouden en Joost begeerde mij nog steeds. Ik had het allemaal.
Tot dat ene moment. Het moment waarop ik mijn vierjarige zoon zomaar op het schoolplein vergat. Achteraf kan ik het allemaal verklaren, maar op dat moment tolde alles met een grote vaart rond en rond tot het met een enorme knal explodeerde. Joost dwong mij me ziek te melden, mijn werk stuurde me naar de arbo-arts en die verklaarde me zo overspannen als een deur.
Ik had net als veel andere ambitieuze jonge vrouwen van deze tijd last van Musturbation’ zo zei hij grappend. Ik moést alles en van niemand anders dan mijzelf. Nu moest ik maar eens leren ontspannen, zo adviseerde hij. ‘Ga maar eens twee maanden met je blote voeten in de zandbak naar je kinderen zitten kijken.’ Zogezegd om te ont-moeten.
Daar zat ik dan op doktersadvies in de zandbak, overspannen en wel met een kind van vier en een pasgeboren baby. Wat was er gebeurd? Ik probeerde te begrijpen hoe alles in zijn tegendeel was omgeslagen. Kort geleden nam ik alle hindernissen nog met souplesse en lukte me dat niet, dan was het een goede oefening voor de volgende keer. Uiteindelijk zou ik alle obstakels als een volleerd slangenmens weten te omzeilen. Ik begreep dan ook niet waar tweedegolf-feministen over zeurden: de mannen van mijn generatie deden zoveel meer dan die van mijn vader. Geen van hen legde mij een strobreed in de weg. Het waren eerder de feministen die ik als verzuurd, dwingend en hinderlijk ervoer omdat zíj me steeds wilden vertellen wat ik moest doen en laten. Ik zag mannen als partners, niet als vertegenwoordigers van het patriarchaat. Joost zou niet willen dat ik ook maar een béétje op een huisvrouw zou lijken, wij werkten alle twee parttime en hadden het beste van beide.
Maar hoe graag ik dat plaatje ook in stand wilde houden, ergens onderweg was ik de controle kwijtgeraakt en met grote vaart tegen een betonnen muur opgelopen. Daar kon ik Joost of het patriarchaat onmogelijk de schuld van geven.
Ik dacht dan ook dat het mijn eigen tekortkoming was dat ik de combinatie van werk en zorg niet had weten vol te houden en vroeg me af of ik mijn slangenmanoeuvres nog beter had moeten oefenen. Wilde ik gewoon te veel? Maar wat had ik dan moeten laten? Welke steek had ik laten vallen? En was ik de enige die de combinatie niet vol had weten te houden?
Vanuit de zandbak observeerde ik andere ouders. Ik luisterde naar de gesprekken en kwam gaandeweg tot de conclusie dat zij allemaal tegen min of meer dezelfde hindernissen aanliepen als ik. Ook zij hadden moeite om alle ballen in de lucht te houden.
Even was ik opgelucht: het lag dus niet alleen aan mij. Maar de opluchting was van korte duur want toen kwamen de vragen. Heel veel vragen. Waarom stond de verhouding tussen werk en kinderen voor de meeste ouders zo onder spanning? Dat was toch niet altijd zo geweest? Waren de verhoudingen met de tijd scheef gegroeid? Ik dacht aan de tijd van mijn grootouders, waarin de rollen en verantwoordelijkheden overzichtelijk verdeeld waren. Niet dat die tijd een zegen was; ook zij waren niet gelukkig met hun strikte rolverdeling. Maar duidelijk was het wél. Oma zorgde voor het huishouden en de kinderen, en opa voor de kost. Op dat moment realiseerde ik me dat ik de ambities van zowel mijn oma als mijn opa had proberen te combineren. Ik wilde het allebei, niet omdat ik verwend was maar uit angst. De angst om een huisvrouwtje te blijven, kansen te missen en vrijheid te laten schieten. Dit was dus de prijs van de vrijheid die de generatie van mijn ouders had bevochten: kiezen is verliezen, maar niet kiezen is onmogelijk.
Zoals mijn oma voor de kinderen en het huishouden had gezorgd terwijl opa de kost verdiende, zo moest ik van mijzelf al die dingen tegelijk. Thuis wilde ik niet onderdoen voor mijn oma, op het werk wilde ik niet onderdoen voor mijn opa. Ik had geprobeerd twee levens in de tijd van één te leiden. En daar had ik gefaald.
Eenmaal uit de zandbak begon ik het heel vreemd te vinden dat vrijwel niemand protesteerde tegen de groeiende takenpakketten en de dwingende eisen van het moderne bestaan. Waarom gaven mannen en vrouwen niet aan dat zij niet in hun opa en oma tegelijk kunnen veranderen? Niet fulltime althans. Waarom zouden vrouwen niet ambitieus zijn als ze het beste van beiden willen combineren, en waarom zouden mannen wel ambitieus zijn als zij dat níet willen? Is volledige deelname van mannen en vrouwen aan de arbeidsmarkt dan het einddoel van de emancipatie? En de kinderen dan? En waarom denkt de nieuwe generatie toch dat zij zeurt als ze aangeeft dat de werk/zorg combinatie verbeterd moet worden?

Ook ik wilde niet zeuren over de wachtlijsten bij de crèche, de lagere scholen en bij zwemles. In plaats daarvan probeerde Ik het krijgen van mijn tweede kind zo te plannen dat ik van de voorrangsregel voor broertjes en zusjes gebruik kon maken om op die manier de wachtlijsten te omzeilen. Bij gebrek aan een betaalbare gezinswoning bouwde we een alkoof in ons huurhuis en ik negeerde de oma’s in de zandbak die mij vertelde dat de crèche een verschrikking voor een kind is, evenals mijn baas die mij kleineerde omdat ik hoger opgeleid was dan hij. Ook nam ik het voor lief dat ik al jaren kortlopende contracten kreeg en mijn baan elk moment kon verliezen. Dat ik nog nooit een baan op academisch niveau had gevonden waarbij ik parttime kon werken. En in het feit dat ik parttime betaald werd maar feitelijk fulltime werkte. Zó fulltime dat ik op een dag de hoofdzaken niet meer van de bijzaken had kunnen onderscheiden en ik mijn kind op het schoolplein vergat.

Pas toen ik besefte ik dat mijn probleem geen individueel probleem was besloot ik niet zeuren, maar te protesteren. Toch ontmoette ik in plaats van enthousiasme helaas meewarigheid en chagrijn. Vooral de vrouwen in mijn omgeving deinsden geschrokken terug. Protesteren? We moesten dankbaar zijn voor onze vrijheid. En bovendien zíjn we toch geen feministen? Opeens schoot het door me heen: fuck, ik ben een feminist, een activistische nog wel.

Ik protesteer namelijk tegen het feit dat de emancipatieagenda het verhogen van het Bruto Nationaal Product bovenaan haar prioriteitenlijst heeft staan in plaats van het Bruto Nationaal Geluk: gelijke kansen voor vrouwen, mannen en kinderen. Natuurlijk ben ik voor financiële onafhankelijkheid, meer vrouwen aan de top en evenredige vertegenwoordiging in maatschappelijke en politieke besturen. Ook begrijp ik best dat de internationale concurrentiepositie van Nederland niet uit het oog verloren mag worden en toch mag dit alles niet ten koste gaan van de gelijke kans om kinderen en werk verantwoord te kunnen combineren, ongeacht je sekse, afkomst of geloofsovertuiging. Dit klinkt misschien weinig sexy maar het is wel wat veel mensen willen.
Helaas zijn de meeste ‘echte banen’ nog steeds ingericht op de ouderwetse kostwinner die fulltime werkt en bijgestaan wordt door de zorgende ander. Van de zorgende ouder verwachten werkgevers, overheid en scholen juist dat hij of zij constant paraat staat om het hele gezin te ondersteunen. Wil je beiden werk en zorg combineren dan schiet je beiden op alle fronten te kort en worden kinderen de moderne hinderen. Dit terwijl juist zij met zorg en aandacht opgeleid en opgevoed moeten worden door mannen en vrouwen. Daarom moeten beide ouders, samen of apart, de zorg voor kinderen kunnen combineren met een echte baan, zonder al te veel carrière of zorgperspectieven in te leveren en zonder dat dit ten koste gaat van een goede opvoeding.
De bereidheid te kijken naar wat nodig is om jobhoppers te behouden en het fileprobleem aan te pakken, is bij veel werkgevers helaas groter dan de bereidheid om de werk-zorgcombinatie te verbeteren – al komen de oplossingen vaak overeen.
Helemaal vreemd is dat niet. Als het over de zorg gaat, gaat het al snel over vrouwen. Zwangere vrouwen, vrouwen met zieke kinderen en ambitieloze vrouwen in kleine deeltijdbanen, dat is iets waar je als werkgever tot voor kort weinig mee te maken had. Werknemers werkten en huisvrouwen zorgden ervoor dat dat ongehinderd kon.

Maar de tijden veranderen en de scheidslijn tussen werknemer en huisvrouw is vervaagd. Vrouwen zijn steeds hoger opgeleid en velen van hen zijn naast hun zorgtaken gaan werken. Omdat de arbeidsmarkt nog steeds is ingericht op de zorgloze werknemer, werken veel vrouwen in deeltijd, stellen het krijgen van kinderen uit of af of starten een eigen bedrijf. Want ondanks alle risico’s en ontbrekende voorzieningen, blijken veel vrouwen dit aantrekkelijker te vinden dan het werken in loondienst. Het zijn namelijk vooral vrouwen in loondienst die nog steeds tegen het overbekende glazen plafond stoten en door de geringe flexibiliteit die wordt geboden kunnen zij de concurrentie met hun ‘traditionele zorgloze collega's’ vaak niet aan. Een eigen bedrijf biedt dan uitkomst.           

Toch zijn het al lang niet meer alleen vrouwen die de werkgever confronteert met een dubbele verantwoordelijkheid. Moderne mannen nemen steeds vaker deel aan de verzorging van hun kinderen, willen zorgverlof en een ‘papadag’. Zelfs carrière tijgers kiezen na hun 35ste eerder voor hun gezin dan voor hun carrière, zo bleek uit onderzoek. Maar net als bij vrouwen wordt deze trend door werkgevers vaak als lastig ervaren.
En eerlijk gezegd: het ís lastig. Wie zich in de werkgever verplaatst, neemt liever geen jonge moeder of zorgzame vader. Nee, die neemt een traditionele man met een ‘vrouwtje’ thuis. Of liever nog een homoseksuele man – daarbij is de kans op kinderen het kleinst - en met zulk hard werkend personeel kan de werkgever zelf ook eens thuis bij de kinderen en partner zijn.
Werk delen en overdragen kost inderdaad tijd en geld en vereist een goede communicatie. Zo bezien kost het delen van de opvoeding misschien nog wel meer. Is de overdracht van de kinderen niet goed geregeld dan kan je vierjarige zoon wel eens alleen op het schoolplein achterblijven. Maar is dat dan een reden om terug te gaan naar het jaren-vijftigmodel? Om vrouwen naar de huishoudschool te sturen, en om mannen op te leiden tot kostwinner die zich slechts op zondag om de kinderen bekommert? Of moeten we naar een model waarbij beide ouders op zondag het vlees snijden?

Ook al zijn er beslist mensen die dat als ideaal zien, toch heeft het combinatiemodel de toekomst. Al was het maar om economische redenen: een gezinswoning is niet meer van één inkomen te betalen en het aantal eenouder- en opnieuw samengestelde gezinnen dat zorg met werk moet combineren groeit gestaag terwijl er weer vrolijk op de kinderopvang wordt bezuinigd.

Daarom wil ik vooral de werkgevers oproepen om de werk- zorgcombinatie te verbeteren en niet meer te wachten op de overheid. Bovendien ben je als werkgever een dief van je eigen portemonnee. Krijgen zorgende werknemers geen ruimte voor een evenwichtiger verdeling tussen werk en privé, dan zullen zij, vroeg of laat, op zoek gaan naar een andere werkgever of voor zichzelf beginnen. Een goede werknemer die het bedrijf verlaat kost de werkgever echter zo’n 60.000,00 euro, zo berekende PriceWaterHouse Coopers. Zij zagen de onlangs ingevoerde verruiming van het vaderverlof samen met ander gezinsvriendelijk beleid dan ook als een goedkope investering in het behoud van hun personeel en een simpele manier om hun imago te verbeteren. Op korte termijn maak je kosten, maar op lange termijn worden deze kosten ruimschoots goedgemaakt doordat het ziekteverzuim en het personeelsverloop daalt, terwijl de effectiviteit en de loyaliteit stijgt. Volg dit voorbeeld en laat de aanwezigheidsplicht, waar mogelijk, los en stap over op een prestatieplicht. Vervang ploegendiensten voor zelfroostering en laat werknemers zelf de ideale werktijden kiezen. Ook meer zeggenschap over werktijden leidt tot een verhoogde arbeidsvreugde en een verlaagd ziekte verzuim. Zeg niet meteen nee tegen parttime werken bij bepaalde functies en denk ook eens aan doubanen. Verruim de mogelijkheid om thuis te werken en vertrouw er wat vaker op dat de werknemer om kan gaan met die verantwoordelijkheid want de meeste mensen willen goed werk leveren. Ze krijgen alleen lang niet altijd de kans om op hun best te zijn.

Maar ook de overheid mag niet blijven wachten tot er wonderen gebeuren. Ook zij moeten zich inzetten om de regelingen van de jaren vijftig naar het heden te emanciperen. Ontwikkeld beleid waarin levensloop en loopbaanplanning beter op elkaar zijn afgestemd; creëer carrière-perspectieven bij deeltijdwerk en na je 40ste. Zorg ook voor een fatsoenlijke betaalde verlofregeling voor zelfstandigen en vaders zodat beide ouders ongeacht hun werksituatie de cursus ‘hoe zorg ik voor een baby’ van de kraamhulp krijgen. Zorg ook voor een hoogwaardige betaalbare kinderopvang en maak serieus werk van buitenschoolse opvang. Creëer een keurmerk voor bedrijven die een gezinsvriendelijk beleid voeren, een innovatief personeelsbeleid waarbij het werk goed met het hebben van kinderen te combineren is. Vereenvoudig de wet en regelgeving op het gebied van arbeid en zorg, zeker kleine bedrijven zien nu door de bomen het bos niet meer. Stimuleer ook het zelfstandig ondernemerschap door het gat tussen de rechten en plichten van werknemers en zelfstandigen te verkleinen. Nu hebben de werknemers binnen de CAO’s vooral rechten en werkgevers en ondernemers vooral plichten. Creëer in plaats van betere CAO’s ook eens een basis vangnet en betaalbare verzekeringen voor zelfstandigen die gekoppeld worden aan het sofinummer van de werkende en niet aan de branche of het land waar hij of zij werkt. Beloon werken ook echt. Hoe meer je werkt hoe meer vangnet je opbouwt. Stimuleer het onderwijs om meer rekening te houden met werkende ouders en richt je als het om de verzorging van kinderen gaat niet alleen op de moeder maar ook op de vader.

Maar ook de vakbonden roep ik op om wakker te worden. Zij blijven nog te vaak kant-en-klaar-oplossingen bieden op achterhaalde vraagstukken. Zij zetten zich in om de cao’s van nog mooiere gouden randjes te voorzien, terwijl zij vergeten dat de groep werknemers die daar aanspraak op mag maken enorm vergrijsd en krimpt. Bovendien doen werkgevers er alles aan om de nieuwkomers buiten die dure cao’s te houden. Vrouwen, allochtonen en jongeren kunnen vaak alleen kijken naar de mooie voorzieningen waar hun grijzende mannelijke collega’s recht op hebben.

En ook het tweedegolf feminisme moet emanciperen omdat ook dit een flexibel combinatiemodel in de weg staat. Moderne vrouwen zouden pas werkelijk geëmancipeerd zijn als ze zich spiegelen aan de traditionele zorgloze mannen. Vrouwen en mannen met zowel ambitie op het werk als thuis worden bestempeld als ambitieloze deeltijdfeministen en thuisblijfmoeders als parasieten. Niemand moet tegen zijn of haar wil thuis blijven om voor de kinderen te zorgen maar ook zou niemand ongewenst kinderloos moeten blijven. Financiële onafhankelijkheid als het enige emancipatiedoel werkt dat echter wel in de hand. Zolang mannen niet kunnen baren, zullen kinderen volgens dat feminisme hinderen blijven. Het willen combineren is geen schande, het is noodzaak. Serveer moderne zorgvaders die deze ambitie hebben daarom niet meteen af maar geef hen een voorbeeld- en voorhoedefunctie. Dat de zorgvader alleen de comfortabele zorgtaken overneemt en gaat golfen op zijn papadag terwijl hij het huishouden aan zijn vrouw overlaat is net zo’n flauwe dooddoener als het reële feit dat vrouwen de financiële hoofdverantwoordelijkheid ook vaak bij de man laten liggen. Wij, mannen én vrouwen, maken liever aanspraak op elkaars leukere taken. Niets menselijks is ons vreemd.

Maar ook de nieuwe generatie zal naar zichzelf en vooral ook naar elkaar moeten kijken. Natuurlijk lijken onze individuele problemen gezeur in vergelijking met de wezenlijke vrijheidsbeperkingen van vroeger,  maar dat hoeft niet te betekenen dat het niet beter kan. Ja, de combinatiebehoefte en de daarmee gepaard gaande stress kan met veel geduw en getrek ook individueel opgelost worden, maar zet je je daar gezamenlijk voor in, dan gaat het veel makkelijker. Daarom is het hoog tijd om er sámen voor te zorgen dat de emancipatiestrijd geen seksestrijd meer is, maar en strijd van moderne mannen en vrouwen tegen conservatievelingen die terugverlangen naar de tijd van de strikte rolverdeling van opa en oma. Pas als de voorhoede uit vrouwen én mannen bestaat en de achterhoede niet in stilte naar zijn navel staart, zullen traditionele feministen, werkgevers, werknemers en overheid ervan doordrongen raken dat de nieuwe werknemer zorgt en de nieuwe ouder werkt.
Het ‘glazenplafond’ voor vrouwen bestaat uit een ‘glazenvloer’ voor mannen, en ondertussen zitten onze kinderen in een ‘glazen kooi’.
Daarom roep ik op om het glas te breken: het feminisme is passé, tijd voor het femanisme!

 13 november 2009