vierkantje Mary Daly

16 oktober 1928 - 3 januari 2010

Wie kent niet de uitspraak van Mary Daly, gedaan in 1973: ‘Als God mannelijk is, dan is de man God’? Daly heeft veel mensen geïnspireerd tot grote bijval, maar ook tot scherpe afwijzing. Paul C. Vitz en Evelyn Birge Vitz bestempelen Daly’s werk als ‘pretentious, preposterous, pathetic’ en Daly zelf als paranoïde. Bij heel veel mensen veroorzaakten vooral de boeken die verschenen na Voorbij God de Vader een ongemakkelijk gevoel. Zó radicaal, zóveel woordspel, zóveel zelfgemaakte woorden! Wat te denken bij de titel van haar boek uit 1987: Websters’ First New Intergalactic Wickedary of the English Language? Achter het woordspel zit een moedige vrouw met een bijzonder scherp intellect, die in haar leven diep is gekwetst, maar haar woede productief maakte in haar optreden en publicaties. Zelf heeft ze steeds in haar boeken haar werk en haar levensgeschiedenis met elkaar in verband gebracht.

Rooms-katholiek

Mary Daly werd in 1928 geboren in een middenklasse gezin in Schenectady in de staat New York, als enig kind van rooms-katholieke ouders met een Ierse achtergrond. De herinnering aan de hongersnood in Ierland, die ook Daly’s voorgeslacht tot emigreren dwong, was nog levend in haar jeugd, met daarbij de rol die kerk en hoge heren speelden in die ellende. Zij studeerde Engels, filosofie en theologie aan rooms-katholieke instellingen. Maar de universiteit verbood het haar om in de theologie te promoveren – ze was immers een vrouw. Dat was het eerste woedeopwekkende trauma. Daly zette echter door, nu op een universiteit die niet rooms-katholiek was: Harvard. Haar motivatie, gevoed door de vragen die al in haar gezin van herkomst geboren waren, kreeg vastere vorm: een antwoord zoeken op de vraag wat de christelijke theologie te zeggen heeft in de moderne tijd. Vanaf 1957 studeerde zij zeven jaar in Fribourg, Zwitserland. Eindelijk werd zij doctor in de theologie. Zij kwam in contact met werk van De Beauvoir en Tillich. Een basisidee van haar theologie ontleende zij aan Thomas van Aquino: alle schepselen hebben positieve kennis van God. Het ging Daly haar hele leven om de onmiddellijke toegang tot godskennis van zoveel mogelijk mensen. Onder welke omstandigheden kunnen modern denkende mensen, met name vrouwen, geacht worden godskennis te hebben? De Beauvoir hielp haar in het denken over de voorwaarden waaronder vrouwen überhaupt als autonome wezens kunnen denken en inspireerde haar met een nieuwe invulling van de term ‘transcendentie’. De Beauvoir ziet transcendentie als het zich strekken, reiken, zich groot maken – in tegenstelling tot immanentie: knielen, zich klein maken.

Autonome wezens

Toegerust met verschillende wetenschappelijke graden ging Daly aan het werk aan Boston College. Haar frustratie over de onmogelijkheid dat vrouwen in de kerk als autonome wezens konden meedenken en -spreken over God bracht haar tot het schrijven van The Church and the Second Sex (1968). Zij legt daarin het seksisme bloot dat ingebakken is in de basisideeën en -praktijken van de kerk. De leiding van Boston College was verontwaardigd en verlengde haar contract niet. Een wijdverbreid protest zorgde ervoor dat Daly toch mocht blijven doceren. Opnieuw was Daly’s woede opgewekt door de patriarchale opstelling van de universiteit, de ‘tempel’ van de wetenschap. Zij stond ambivalent tegenover het academische apparaat. Op grond van haar uitstekende wetenschappelijke graden stond ze op haar recht te doceren en te publiceren. Aan de andere kant was ze zich ervan bewust dat de academie een patriarchaal instituut was. Ze weigerde mee te lopen in de processies van mannen in toga en in 1999 kwam zij tot de beslissing dat alleen vrouwen haar colleges mochten bijwonen, wat het einde van haar werk aan Boston College betekende. Haar boosheid op de kerk als een vrouwenhatend instituut uitte ze door in 1971 een stoet van vrouwen uit een kerkdienst te leiden, als een symbolische exodus uit de patriarchale christelijke godsdienst. Want het patriarchaat is volgens haar de alomtegenwoordige religie van de hele planeet. Daly’s ‘gemeente’ werd de kring van radicaal en revolutionair zusterschap. Een ‘kwalitatieve sprong’ nemend nam zij afscheid van de gevestigde theologie en werd zij een post-christelijk feministisch filosofe.

 

Dit is een gedeelte uit het artikel ‘Mary Daly: Woede productief maken’, geschreven door Riet Bons-Storm – en verschenen in

FIER 2 / 2009

Wilt u het gehele artikel lezen, dan kunt u dit nummer van FIER bestellen via: abonnementen@boekencentrum.nl of tel. 079-362 86 28