Boris Godoenov
Opera in vier delen van Modest Moessorgski
Misdaad, schuld en een heilige dwaas…
“Muziek is een communicatiemiddel tussen mensen onderling en niet een doel op zichzelf. Het zoeken naar schoonheid, in de letterlijke betekenis van het woord, is een kinderachtige domheid, een rudimentaire vorm van kunst.” (uit een brief van Moessorgski aan een collega)
Deze gedachte moet de componist vóór alles voor ogen gehad hebben bij het componeren van “Boris Godoenov” naar het epische gedicht van Poesjkin. Zijn doel was de geschiedenis en het leven van het Russische volk op het toneel te brengen, de werkelijkheid laten zien en tegelijk uiting geven aan zijn diepe vaderlandsliefde. Wat Verdi is voor Italië en Wagner voor Duitsland – dat is Moessorgski, naast Tsjaikovski, voor Rusland.
Wie de “Schilderijen op een tentoonstelling” kent weet dat zijn muziek soms verre van welluidend is, omdat hij zich helemaal in dienst stelde van het muzikaal uitbeelden van de “waarheid”. In de 19e eeuw was er nog geen sprake van postmodern relativisme. Er was een waarheid, misschien zelfs wel Eén Waarheid, en het was de moeite waard die op te graven, uit jezelf en uit de puinhopen van de geschiedenis.
Het oude verhaal van de vermoorde tsarevitsj, het kleine zoontje Dimitri van Iwan (bijnaam: de Verschrikkelijke) vormt het basisthema van de opera. De bojaar Boris – lid van de hoge adel die de macht van de tsaren betwistte – heeft het jongetje omgebracht en in zijn plaats de troon bestegen. Er zijn in het Russische Rijk drie mensen die de waarheid kennen omtrent deze troonsopvolging: Boris zelf natuurlijk, en een ambitieuze monnik, die een “opstanding uit de doden” ensceneert van het oorspronkelijke troonopvolgertje. Deze monnik is naderhand als “De Valse Dimitri” de geschiedenis ingegaan. Vals omdat hij zich voor iemand anders uitgaf, na zijn religieuze roeping naast zich neergelegd te hebben, maar ook en vooral omdat hij landverraad pleegde door zich met de Polen te alliëren.
De derde wetende is de joerodivy.
De oorsprong van “joerodstvo” dateert uit de 15e eeuw en is tot in de 17e eeuw als een typisch Russisch verschijnsel blijven voortbestaan. Een joerodivy is een helderziende dwaas, een heilige man die buiten de samenleving staat en af en toe wat roept. Meestal onbegrijpelijk, soms zelfs wartaal. Maar voor de goede verstaander bevatten zijn mededelingen waarheden, over onrecht, begaan aan de vernederden en vertrapten. De figuur van Christus staat daarbij centraal – de joerodivy wil een navolger van Christus zijn, een buitenstaander, zonder vaste woon- of verblijfplaats, sprekend in raadselachtige bewoordingen. “Wie oren heeft, die hore.” Door hun vroomheid stonden de joerodivyje buiten en boven de wet. De autoriteiten erkenden hun recht om kritiek te leveren; hun woorden werden door hoog en laag beschouwd als profetisch.Boris heeft een misdaad gepleegd, maar hij is wel een mens met een geweten. Dat geweten knaagt aan hem, brengt hem op de meest onverwachte momenten totaal van zijn stuk, en zal uiteindelijk tot zijn definitieve val leiden. Zijn schuldbesef ondermijnt hem. En als hij tegen het einde van het drama rijp is om te vallen is de joerodivy degene die hem het laatste duwtje geeft, richting waanzin.
Een straattafereel, ogenschijnlijk onbelangrijk. Opgeschoten jongens pesten de heilige dwaas en proberen hem zijn ene kopeke af te pakken. Hij klaagt: aah, aah. Boris Godoenov vraagt wat hem scheelt. Dan zingt de joerodivy:
“De jongens hebben mijn centje gepakt; laat ze nu vermoorden, zoals je de kleine tsarevitsj vermoord hebt!” De dienaar van Boris wil de dwaas grijpen, maar Boris zegt: “Blijf van hem af! Jij, heilige man, bid voor mij…”
Maar dat kan de joerodivy niet. Zijn kennis en geloof staat uitsluitend in dienst van bestrijding van onrecht. In dienst van de Waarheid.
Moessorgski was een componist met een gebrekkige, eigenlijk dilettantische opleiding. Zijn vriend en raadgever, de componist Balakirev, moedigde hem aan door te gaan met componeren, ondanks zijn depressies, die hij probeerde weg te drinken. Zijn collega’s gingen hem vaak uit de weg. Tolstoj weigerde hem te ontmoeten vanwege zijn alcoholisme. Een foto uit 1881 toont een woest, verlopen gezicht, de ogen weggedraaid naar iets in de verte. Als je hem nu zou tegenkomen denk je: een psychiatrisch zieke dakloze. Misschien was Modest Moessorgski zelf wel een joerodivy, met zijn koppige zoeken naar rechtvaardige menselijke betrekkingen.
De reprise van “Boris Godoenov” (de première van déze productie vond plaats op 1 juni 2001 en de wereldpremière was op 16 februari 1928 in het toenmalige Leningrad) start op 29 september in het Muziektheater Amsterdam. Er zijn in totaal 9 voorstellingen. De kaarten kun je kopen bij de kassa van het Muziektheater (er zijn er nu nog genoeg) en via de website van De Nederlandse Opera www.dno.nl
Inge Cohen Rohleder